In 2017 schreef ik een blog met de titel „Wat te doen op de frustratierotonde?“ Acht jaar later vroeg ik me af: denk ik daar nu anders over? Ik zocht de oude tekst op en kwam tot de conclusie dat mijn visie grotendeels hetzelfde is gebleven. Toch wilde ik het opnieuw onder woorden brengen deels in een iets andere stijl, maar vooral omdat het onderwerp nog steeds belangrijk voor me is. Dus: oude wijn in nieuwe zakken.
Van jongs af aan leren we dat we niet altijd krijgen wat we willen. En dat teleurstellingen niet het einde van de wereld betekenen. Er zijn kleine frustraties, geen snoepje krijgen, of als laatste gekozen worden bij gym. Maar ook grotere: een onvoldoende halen, ontslagen worden, of geconfronteerd worden met een blijvende beperking. Wat al deze situaties gemeen hebben, is dat ze pijn doen. En hoe je met die pijn omgaat, bepaalt voor een groot deel hoe licht of donker je leven voelt.
Sinds ik blind ben, kom ik regelmatig frustraties tegen die daaruit voortkomen. Ik heb geleerd dat ik kan kiezen hoe ik reageer. En telkens beland ik op wat ik mijn frustratierotonde noem, een mentaal kruispunt met drie mogelijke afslagen.
De eerste afslag is die van het lijden. Daar heerst somberte, boosheid, machteloosheid. Ik voel me dan zielig, alleen, en vergelijk mezelf met mensen die het beter lijken te hebben. Dat maakt het alleen maar zwaarder.
De tweede afslag is die van afleiding of vermijding. Dat lijkt in eerste instantie een verademing. Even niet voelen. Me richten op iets anders, of het verdoven met iets wat helpt vergeten, werk, drukte, soms een glas wijn. Maar onderdrukte emoties verdwijnen niet. Ze komen terug, vaak heviger en op momenten waarop je ze niet kunt gebruiken. Dan word ik kortaf, prikkelbaar, onredelijk. Het is een manier van overleven, geen manier van leven. Toch kies ik soms bewust voor deze afslag als tijdelijke oplossing, wanneer de situatie te moeilijk voelt om direct aan te kijken.
En dan is er de derde afslag, de meest gezonde, maar ook de lastigste. Dat is de weg van de confrontatie. In mijn verbeelding leidt die naar een bankje. Daar ga ik zitten. Niet wegrennen, niet sussen, maar voelen wat er gevoeld moet worden. Zolang tot de storm in mij langzaam gaat liggen. Dit bankje is geen plek van zwakte, maar van herstel. Daar, midden op de rotonde, komt er ruimte voor rust, aanvaarding en soms zelfs nieuwe inzichten. Daarna kan ik weer verder. Misschien met een aanpassing in mijn route, misschien met hulp van anderen, of gewoon met wat meer geduld voor mezelf.
Frustratie hoort bij het leven. Maar hoe ik ermee omga, bepaalt of ik blijf rondjes draaien, of dat ik uiteindelijk de weg weer vind.